Počet záznamů: 1  

Fenomenologie als houding: bijdragen aan een fenomenologische wijsbegeerte

  1. 1.
    0501516 - FLU-F 2019 RIV NL dut M - Část monografie knihy
    Dierckxsens, Geoffrey
    Verantwoordelijkheid en lichamelijkheid: een analyse van Ricoeurs discussie met de analytische filosofie en de taak van de fenomenologie.
    [Responsibility and Embodiment: An analysis of Ricoeur’s discussion of analytical philosophy and the task of phenomenology.]
    Fenomenologie als houding: bijdragen aan een fenomenologische wijsbegeerte. Brussel: VUB Press, 2018 - (Bremmers, C.; van der Heiden, G.; Reynaert, P.), s. 187-200. ISBN 978-90-5718-706-3
    Institucionální podpora: RVO:67985955
    Klíčová slova: Responsibility * Embodiment * Hermeneutics * Phenomenology * Language
    Kód oboru RIV: AA - Filosofie a náboženství
    Obor OECD: Philosophy, History and Philosophy of science and technology

    In dit hoofdstuk behandel ik Ricœurs discussie met de analytische filosofie. In het eerste deel van dit hoofdstuk wordt aangetoond dat het concept van verantwoordelijkheid bij uitstek kan dienen om de relatie tussen het denken van Ricœur – en dan in het bijzonder zijn hermeneutische fenomenologie – en de analytische filosofie toe te lichten. Meer bepaald wil ik laten zien dat Ricœur de taalanalyse, zoals die werd ontwikkeld door de vroeg 20ste-eeuwse analytische filosofie in de semantiek en de theorie van de taalhandelingen, gebruikt om verantwoordelijkheid te definiëren als een concept dat publiek toegankelijk is door de taal (common language) en als zodanig kan worden toegepast voor het aanduiden van fysieke causale relaties. We gebruiken bijvoorbeeld de term ‘verantwoordelijkheid’ om bepaalde handelingen toe te schrijven aan personen die er de oorzaak van zijn: Jan is verantwoordelijk voor het open laten van het raam. De taak van de analytische filosofie, volgens Ricœur, is precies te laten zien hoe de taal ons in staat stelt om een relatie te leggen tussen ideeën (zoals verantwoordelijkheid) en de fysieke werkelijkheid. Tegelijkertijd schiet de analytische filosofie hierin ook tekort voor Ricœur, omdat ze zich beperkt tot het uitleggen van de taal en dus niets zegt over de betekenis van de innerlijke ervaring, zoals de fenomenologie dat wel doet. Ik zal dan trachten aan te tonen dat Ricœurs relatie tot de analytische filosofie ambigu is, omdat Ricœurs hermeneutische fenomenologie de taalanalyse mee opneemt, maar er tegelijkertijd aan voorbijgaat. In het tweede deel argumenteer ik dat Ricœurs notie van verantwoordelijkheid ook bepalend is voor hoe zijn hermeneutische fenomenologie in het algemeen zich verhoudt tot de analytische filosofie én tot de cognitieve wetenschappen. De fenomenologie beperkt zich niet tot de taalanalyse voor Ricœur, hoewel ze die altijd mee opneemt. Het is een fenomenologie die uitlegt hoe concepten zich verhouden tot het lichaam en de fysieke werkelijkheid, maar ook tot de concrete leefwereld waarin de motivatie ligt van het handelen en de verantwoordelijkheid: de verantwoordelijkheid impliceert een ik dat het ethische handelen aanleert doorheen de concrete leefervaring. Wat ik wil laten zien is dat Ricœurs begrip van de verantwoordelijk daarom de actualiteitswaarde van zijn fenomenologie onderstreept. Het is een fenomenologie die, hoewel ze is ontwikkeld in een tijdsgeest waarin de analytische filosofie nog meer gericht was op taalanalyse en minder op de kennis van de cognitieve wetenschappen, toch het belang van de empirische kennis steeds opnieuw behartigd. In die zin kan Ricœur worden gezien, zoals Merleau-Ponty, als een voorloper van de hedendaagse beweging die fenomenologie combineert met de philosophy of mind.

    In this chapter I examine the influence of analytical philosophy in Paul Ricoeur’s thought. I argue in the first part that his idea of responsibility is exemplary for demonstrating this influence. Ricoeur uses language analysis, as developed in early analytical philosophy (semantics and pragmatics) to define responsibility as a concept that is commonly accessible through language and that we use to indicate physical relations. For example, we use the term responsibility to attribute certain actions to persons that are the cause of these actions (Phil is responsible for leaving open the window). The task of analytical philosophy for Ricoeur is to explain how language allows us to draw relations between ideas (e.g., responsibility) and physical relations. At the same time, analytical philosophy is insufficient according to Ricoeur in its understanding of these ideas, because it makes an abstraction of the actual experiences that these ideas represent. Phenomenology is better equipped for this understanding. Yet, this makes Ricoeur’s relation with analytical philosophy ambiguous, because he develops a phenomenology that adopts analytical philosophy, but at the same time rejects it fundamental principle. In a second part I argue that Ricoeur’s notion of responsibility is also representative for how his hermeneutical phenomenology relates to analytical philosophy in general, as well as to cognitive science. For Ricoeur, phenomenology’s task is to explain how ideas relate to the body and to physical reality, yet also to concrete lived existence. Responsibility implies a subject that learns how to be responsible throughout lived existence. The aim of this chapter is then to show that Ricoeur’s concept of phenomenology is in fact quite timely, even though it was developed against the backdrop of a discussion with early analytical philosophy of language. The timeliness of his thought shows itself in the fact that Ricoeur time and again stresses the importance of empirical knowledge of the physical reality for the understanding of ideas. In this respect, Ricoeur can be seen, like Merleau-Ponty, as a phenomenologist that anticipates the contemporary tendency of combining phenomenology with philosophy of mind.
    Trvalý link: http://hdl.handle.net/11104/0293661